Esther heeft Kanker (Viva)
In 2002 werd Esther Schouten (30) wereldkampioen boksen tot 55 kilo. En dat bleef ze, totdat ze afgelopen jaar haar titel niet kon verdedigen. Ze knokt nu tegen kanker.
“Tijdens de derde ronde was het net alsof iemand mijnkeel dichtkneep.Zoiets had ik nog nooit gevoeld. Ik vocht door, maar verloor de strijd om de wereldtitel vedergewicht. Had ik een jetlag? Niet hard genoeg getraind?
Volgens een conditietest was mijn uithoudingsvermogen niet goed, dusbesloot ik nóg fanatieker te trainen dan ik al deed. De wedstrijd ernaverloor ik weer.
Omdat ik hard trainde, sliep ik altijd tussen de middag. Maar één uurtje slaap bleek niet meer genoeg. Dus sliep ik twee uur. En vervolgens drie uur. Volgens bloedtesten zat er te weinig ijzer in mijn bloed en de bezinking was te hoog. Toch liep ik elke keer positief binnen bij artsen in het ziekenhuis. Ik wilde gezond zijn, verklaarde dat ik me goed voelde en
de doktoren geloofden dat. Na vijf maanden kwakkelen besloten internisten een PET-scan te maken. Daarbij spuiten ze een radioactieve stof in je lichaam waardoor veranderingen in de stofwisseling waar te nemen zijn. Ik zou twee weken moeten wachten op de uitslag.
Diezelfde avond ging de telefoon, het was een arts. ‘Je hebt een opgezette lymfklier bij je sleutelbeen… en daar hebben we er meer van gevonden.’ Ik wilde meteen alles weten. Maar toen ik hoorde dat er kanker in mijn lijf zat, was ik perplex. Ik was jong, sportief en ik leefde gezond. Ik had nooit gedacht dat ík kanker zou hebben.
Ergens was ik opgelucht. Ik was niet gek, er was echt wat met me aan de hand. Mijn boksprestaties liepen niet voor niets terug. Ik dacht altijd: als je hoort dat je kanker hebt, dan stort je wereld in, maar ik voelde me juist enorm strijdlustig. De volgende dag zat ik al in het ziekenhuis. De diagnose luidde: ‘Ziekte van Hodgkin, fase 2B’. In gewone mensentaal: lymfklierkanker in meerdere lymfeklieren aan een kant van het middenrif, gecombineerd met symptomen als gewichtsverlies, koorts en nachtelijk zweten. Overlevingskans? Ongeveer tachtig procent. Ik wilde meteen weten wat we eraan konden doen. Ik wilde die ziekte te lijf gaan.
Twee weken later zat ik aan de chemo. Nog twee weken verder verloor ik mijn eerste plukken haar. Ik had lokken tot aan mijn middel en zodra ik even met mijn hand door mijn haren ging kwamen er hele strengen uit. Vreselijk confronterend, dan maar liever meteen kaal! Met een vriendin zette ik de schaar in mijn haar. We hebben erbij gelachen, want we kunnen allebei niet knippen. Het door ons gecreëerde kapsel was helemaal scheef en ongelijk! Uiteindelijk haalden we de tondeuse eroverheen en had ik een G.I.-janekapsel.
Het stond me wel, maar mettertijd vielen de stoppels ook uit. Dan zie je ineens een kankerpatiënt in de spiegel. Mijn omgeving reageerde heel heftig op mijn kale kop, daarom heb ik een pruik uitgezocht. Ik wil toegankelijk blijven voor de mensen om me heen. Zo schrikken ze minder.
Het moeilijkste vond ik om mijn dierbaren te vertellen over mijn ziekte. Ik vroeg mijn moeder en vriend of ze naar me toe konden komen. Zelf was ik redelijk gerustgesteld door de grote kans op overleving. Ik zag het als een soort griepje, niet als dodelijke ziekte.
Misschien ook omdat ik een goed voorbeeld had: mijn vader is zes jaar geleden genezen van darmkanker. Toch kreeg ik het juist bij vader niet voor elkaar om hem te vertellen dat ik zo ziek was. Mijn moeder heeft hem ingelicht. Ik vond het te pijnlijk om hem er rechtstreeks mee te confronteren.
Mijn vader praatte niet over zijn ziekte. In het ziekenhuis, na de operatie om de tumor te verwijderen, zat hij in bed voor zich uit staren.Hij reageerde stug op ons. Waarschijnlijk had hij genoeg aan zichzelf om alles te verwerken. . Maar ik wilde weten of hij zich nou boos voelde, of juist bang of verdrietig… Ik durfde het niet te vragen. Om die reden heb ik zelf heel bewust wél over mijn ziekte gepraat. Ik denk dat ik mijn omgeving help op deze manier. Het moet vreselijk zijn om als ouders te horen dat je kind kanker heeft. Dat ik er realistisch mee om ga, is ook een steun voor hen. Al was mijn moeder ook opgelucht toen ze me voor het eerst zag huilen. Ze wist toen dat ik niet alles wegstopte.
Ook voor mijn broers was de situatie complex. Mijn schoonzusjes brachten de blije boodschap dat ze zwanger waren, terwijl ik een levensgevaarlijke ziekte bleek te hebben. Zoveel emoties bij elkaar, dat is niet makkelijk. Bovendien bestaat de kans dat ik door de chemotherapie zelf nooit meer kinderen kan krijgen… Toch voelde ik geen nijd ten opzichte van mijn schoonzusjes. Ik vond het juist erg als zij zich druk maakten om mij, in plaats van dat ze van hun zwangerschap genoten.
Voor de chemotherapie was ik niet bang. Laat maar komen, dacht ik, die troep moet uit mijn lijf. Ik onderga alles gewoon. Malen over dingen waar ik geen invloed op heb, heeft geen zin, dat kost te veel energie. De eerste dag van elke kuur voelde ik me heel ziek. Ik bleef maar overgeven. Ik kan nu ook geen tomatensoep meer zien. Dat werd ’s middags in het ziekenhuis geserveerd. Ruik ik tomatensoep? Dan denk ik meteen aan dat misselijke gevoel. Je voelt je zo ziek dat je écht geen mens meer bent. Zelfs als je je eigen speeksel doorslikt komt ‘t er weer uit.
Mijn voordeel is dat mijn conditie heel goed was toen ik ziek werd, daardoor kon ik de volgende dag al weer dingen ondernemen. Ik werd er chagrijnig van als ik geïsoleerd leefde. In mijn eentje in huis hangen maakt me niet gelukkiger. Boksen zit er nu niet in. Ik luister echt naar mijn lichaam.Nu heeft mijn lichaam míj nodig. Straks, als ik weer de ring in ga, heb ík mijn lichaam nodig. Maar ik wilde toch afleiding vinden waarbij ik in beweging was, omdat ik een redelijke conditie wil houden. Dus fiets ik veel en elke dag rijd ik paard. Op Marktplaats zag ik een oproep van een vrouw hier in de buurt. Zij zocht iemand om haar paard te berijden, net op het moment dat ik besloot dat ik weer op de rug van zo’n beest wilde klimmen. Maar zelfs bij het paardrijden word ik geconfronteerd met mijn ziekte. Dan wil ik mijn cap opzetten en dan weet ik niet of ik ‘m nou over mijn pruik zal plaatsen, of dat ik die pruik beter af kan doen.
Die pruik blijft confronterend. Sowieso omdat je een band om je hoofd voelt zitten, de hele dag. En het valt mensen op dat ik een ander kapsel heb. ‘Hé, Esther, wat heb je met je haar gedaan?’ Tja, dan moet ik toch weer het hele verhaal uitleggen. Soms word ik daar best moe van.
Zo nu en dan heb ik dipjes. Al zijn die meestal van korte duur. Tijdens de eerste chemokuren had ik een ongelooflijk opgezwollen hoofd door de Prednison. Dan keek ik in de spiegel en voelde ik me echt zielig. Laatst ook: ik voelde me een ongelooflijke kaktrut met deze pruik dus wilde ik een andere. In de pruikenwinkel deden alle mensen enorm hun best. Maar elke keer was de kleur of het model het niet helemaal. Iedereen was zo hard voor me bezig en toch lukte het allemaal niet. Op een gegeven moment stond ik me toch te janken daar! Kleine dingen die je normaal makkelijk kunt hebben, kunnen me nu ineens teveel zijn. Van de chemotherapie ben ik gelukkig af. De voorlaatste kuur zat ik echt met een chagrijnige kop aan het infuus. Ineens zag ik erg op tegen de bijwerkingen zoals hoofdpijn en buikpijn. Nu moet de tumor nog bestraald, door middel van radiotherapie. Daar had ik aanvankelijk meer weerzin
tegen dan tegen de chemo, omdat je dan weer kans schijnt te hebben op borstkanker. Maar het schijnt toch het beste voor me te zijn, omdat mijn tumor groter was dan vijf centimeter. Daarna komt de moeilijkste periode, verwacht ik. Soms komt ineens het besef dat ik toch wel heel erg ziek ben geweest. De angst slaat juist toe als ik weer controle heb. Dan is het geen kwestie meer van ‘ik onderga dit gewoon’. Je gaat nadenken over wat de periode ervoor is gebeurd.
Mijn strijd tegen kanker is te vergelijken met topsport. Je moet dingen opgeven om je doel te kunnen bereiken. Of dat doel nou de wereldtitel is of het genezen van kanker. En voor allebei de doelen moet ik lichamelijke ongemakken doorstaan. Gelukkig staat mijn sponsor nog steeds achter me en als de strijd tegen mijn ziekte geleverd is ga ik er alles aan doen om weer in de ring te staan.Ik wil mijn wereldtitel terug. Waar een wil is is een weg. Er zijn zat mensen die roepen: ‘Dat ga je niet redden’. Maar dat motiveert me juist extra. Inmiddels heb ik een conditietest gehad. Mijn conditie is achteruitgegaan vergeleken met de periode voor mijn ziekte. Ik presteer nu net zo goed als de gemiddelde persoon, dus ik ben best tevreden. Deze week start ik met een rustig trainingsschema. Ik moet langzaam beginnen: drie keer in de week een half uurtje duurtrainen en twee keer een lichte krachttraining.
Afgelopen week heb ik - net als in het begin - een PET-scan gehad. Dit keer was de uitslag goed: er zitten geen actieve cellen meer in mijn lymfklieren! Ik ben nog tot september onder de pannen met bestralingen, maar daarna ben ik klaar. Écht een survivor, haha. Tegen die krijg ik ook mijn twee nichtjes of neefjes erbij. Dat voelt als een cadeautje. Net als mijn nieuwe pruik overigens. Het zoontje van mijn vriend vroeg: ‘Esther, heb je je eigen haar weer terug?’
Ik heb het niet gevoel dat ik veranderd ben door mijn ziekte. Kleine dingen maakten me altijd al blij. Altijd heb ik gevochten om mijn doelen te bereiken en dat is wat ik blijf doen. Ik heb een uitnodiging gekregen voor een comebackwedstrijd in de Arena. Het is de vraag of ik daar al op tijd klaar voor ben. Ik moet naar mijn lichaam luisteren. Maar het sterkt me dat mensen nog in me geloven. Terecht, want ik ga knokken. Ik kom weer terug.”
Esther hopte vijf maanden lang van dokter naar dokter, voordat de diagnose ‘Hodgkin’ werd gesteld. Huisartsen krijgen gemiddeld maar een of twee keer in hun carrière te maken met een Hodgkinpatiënt en daarom herkennen ze vaak de symptomen niet. Terwijl deze vorm van kanker goed valt te genezen als je er op tijd bij bent. Op 15 september vindt ’s wereld eerste lymfomendag plaats, om mensen er op te wijzen hoe ze de ziekte kunnen herkennen. Dat kan door het opmerken van zwellingen van lymfklieren in de hals, oksels of liezen. Ook als je last hebt van gewichtsverlies en gebrek aan eetlust, periodes van koorts, extreem nachtelijk zweten, hevige vermoeidheid, jeuk of pijn bij het drinken van alcohol, is het slim om je lichaam eens te laten nakijken door
een arts.
Gepubliceerd in VIVA, september 2007
Zie ook:
http://kwfkankermaffia.wordpress.com/
Belangrijk info!
Stuur door als je een echte strijd
tegen kanker steunt!