Wendel heeft ADHD (Viva)
Ze had zich er al bij neergelegd dat ze gewoon raar was, totdat Wendel (23) op haar twintigste ineens te horen kreeg dat ze de stoornis ADHD had.
”Twintig was ik, toen mijn huisarts opperde dat het slim was om naar een psychiater te gaan. Zij dacht dat ik overspannen was en als ik dan toch langs die psychiater ging, dan kon ik net zo goed even vragen of ik ADHD had.
Ik was bij de dokter beland omdat ik steeds verhoging kreeg als ik de voordeur uitliep. Ik voelde me niet lekker en ’s nachts deed ik geen oog dicht. Tegen mijn verwachting in kwam ik thuis met de opdracht om direct rust te nemen en me door de psych binnenstebuiten te laten keren. Dat kwam helemaal niet uit! Ik had het hartstikke druk op de Pabo; ik kon helemaal niet thuis blijven en niets doen! En ADHD? Toen ik twaalf was had mijn toenmalige huisarts me al eens Ritalin - een medicijn voor ADHD - laten proberen, maar daar werd ik niet rustiger van. Zijn conclusie was dat ik onmogelijk ADHD kon hebben.
Toch besloot ik eens te googelen op ADHD. Hoe meer ik erover las, des te meer het voelde of alle puzzelstukjes op hun plaats vielen. Nu ik er over nadacht kwam ik tot de conclusie dat ik altijd al anders was. En druk. Op de basisschool deed ik zo hard mijn best om erbij te horen. Ik kocht dezelfde kleren als de rest van de klas, luisterde naar dezelfde muziek… en toch vonden ze me raar. Nu snap ik dat dat kwam omdat ik alle emoties drie keer zo heftig ervaar. Ik wist niet wat ik met mijn gevoelens aan moest dus barstte ik gauw in huilen uit. Zó vaak dat de klas een speciaal liedje over mij had, op de wijs van ‘Vader Jacob’. Als ik moest huilen zongen zij: ‘Wendel Jacobs, Wendel Jacobs. Huilt zij nog, huilt zij nog…’.
En het was niet zo dat alleen mijn huilbuien overdreven waren. Ik ben ook extreem blij, of juist héél erg boos. Zo heb ik een klasgenootje dat mij treiterde een keer heel hard teruggeschopt. Met de punt van mijn schoen raakte ik haar in haar kruis. Die middag kwam ze met haar moeder naar school omdat ze bloedde daaronder. Ik vond dat zó oneerlijk. Zij pestte mij, maar ik was degene die er problemen mee kreeg. Zo ging het vaker: dan pikte iemand mijn zakmes en toen ik dat uiteindelijk wanhopig uit zijn handen griste, kreeg ik op mijn kop omdat ik diegene gesneden zou hebben.
Mijn verjaardag was ieder jaar een ramp. Ik maakte mezelf zó zenuwachtig dat ik letterlijk ziek werd van alle emoties. Ik herinner me nog dat ik op een kleedje in het gras lag, terwijl mijn vriendinnetjes zich vermaakten in de speeltuin. Andere jaren was ik zo opgewonden dat ik dusdanig druk werd dat niemand op mijn eigen feestje nog met me wilde spelen.
Ondanks alles ging ik nooit met tegenzin naar school. Thuis kon ik mijn energie niet kwijt. Ik probeerde het wel eens, door te voetballen in de gang, maar dat leverde alleen maar ruzie met mijn vader op. Ik was vermoeiend voor mijn moeder. Als een hondje draafde ik achter haar aan, onafgebroken kletsend. Slapen deed ik niet en op schoot wiebelde ik zo - terwijl ik nogal benig was - dat ik op gegeven moment niet meer erop mocht.
Mettertijd ging het steeds beter op school.. Samenwerken in een groepje bleef moeilijk. Op de middelbare school heb ik wel eens een meisje een klap verkocht omdat ze me maar op mijn zenuwen bleef werken. Maar ik vloog alleen nog maar mensen aan als ze het echt verdiend hadden. Ik werd ook niet meer gepest.
Na de middelbare school heb ik een jaar de lerarenopleiding geschiedenis gedaan. Daar was ik niet op mijn plek. Ik haalde mijn propedeuse en stortte me op een nieuw plan. Ik wilde naar de Pabo om juf te worden. Opnieuw kon ik mijn draai niet vinden. Ik kreeg zoveel vakken en die wilde ik allemaal goed doen, dat ik mezelf compleet overspannen maakte. Zelfs toen ik een 9,5 kreeg voor beeldende vorming was dat voor mij niet goed genoeg. Zo belandde ik bij de dokter.
Bij mijn eerste bezoek aan de psychiater, kreeg ik na vijf minuten al een checklist voor ADHD onder mijn neus geschoven. Nog voordat ik over het vermoeden van de huisarts was begonnen. Ik zat zó te wiebelen in mijn stoel en kennelijk vertoonde ik nog meer symptomen waardoor hij concludeerde dat ik ADHD zou hebben. Drie weken later had ik een officiële diagnose.
Als ik aan mensen uitleg hoe ADHD in elkaar zit, dan vertel ik vaak dat de remmen in mijn hoofd niet werken. Daardoor doe ik dingen die anderen niet zouden doen. Ik ben heel druk en te eerlijk. Alles wat ik denk flap ik eruit. Vaak denken mensen dat ik egoïstisch ben. Mijn hoofd is dan zo vol van iets, dat ik een ander onderbreek om die gedachte te spuien. Mijn vriend kreeg daardoor het gevoel dat het mij niet interesseerde wat hij te vertellen had. Ook klasgenoten hadden er last van. Ik wals over stillere mensen heen. Ik vuur de ene na de andere vraag op docenten af, zodat anderen eindeloos moeten wachten. Gelukkig weten de meesten inmiddels dat ik het niet lullig bedoel. Nu seinen ze met hun armen of roepen ze ’ssssst Wendel!’, en dan realiseer ik me dat ik doordraaf en dan houd ik mijn mond.
Wat me het meeste in de weg zit is mijn onvermogen om prioriteiten te stellen, terwijl ik tegelijkertijd een perfectionist ben. Daar lag ook de oorzaak van mijn overspannenheid. Op de Pabo krijg je zo veel verschillende lessen. Dan zag ik door de bomen het bos niet meer. Concentreren kost me heel veel energie. Het leren van theorie vergt van mij veel meer dan van andere leerlingen, maar toch wilde ik voor elk vak een tien halen. Wanneer dat niet lukte had ik het gevoel dat ik faalde.
Het huishouden goed runnen is onmogelijk voor me. Dingen moeten: boodschappen halen, eten, slapen… Maar ik bedenk pas om tien uur ’s avonds dat ik moet eten en dan ben ik die boodschappen vergeten. Vieze was blijft liggen. Mijn moeder snapt dat niet: ik hoef alleen maar kleren in de trommel te stoppen en op start te drukken. Maar voor mij houdt een was draaien veel meer in. De was moet gesorteerd, in de trommel gestopt, ik moet wasmiddel kiezen, een temperatuur instellen, ‘m vooral niet vergeten aan te zetten, de was eruit halen, ophangen, opvouwen, in de kast leggen… Zó veel. Dan weet ik niet waar ik moet beginnen, dus begin ik maar helemaal niet. Tenzij ik een tentamen heb of iets anders belangrijks moet doen. Dan heb ik ineens geen rust als de was nog niet gedaan is.
Toen ik hoorde dat ik ADHD had werd ik in eerste instantie lakser. Ik stond mezelf toe dat ik er een rommel van maakte. Ik had tenslotte een stoornis. Maar al snel wilde ik die stoornis juist wel aanpakken. In de hoop dat ik minder last zou krijgen van de ADHD begon ik met het medicijn Ritalin. Bij een normale dosis merkte ik geen verschil, dus kreeg ik meer pillen. Daardoor voelde ik steeds minder. Ik hing de hele dag als een zombie voor de tv. Mijn creativiteit was weg. Ik kletste niet meer; ik had ook niets meer te vertellen. Mijn hele persoonlijkheid was afgevlakt. Mijn vriend viel ooit voor mijn directheid en mijn gekke invallen, maar door de Ritalin was ik niemand meer. Hij wilde de oude Wendel terug!
Na de Ritalin waagde ik een poging met Concerta. Een lang werkende versie van Ritalin, alleen werkte ook dat medicijn niet voor mij. Dus probeerde ik Strattera, een nieuw middel. Nog voordat het effect merkbaar was kreeg ik last van mijn maag, dus moest ik ermee stoppen. Vervolgens waagde ik een poging met het medicijn Dexamfetamine. Opnieuw werd ik niet rustiger, maar ik kreeg wel last van alle bijwerkingen. Mijn psychiater wist het ook niet meer. Ik reageerde op alle medicijnen anders dan de bedoeling was.
Dat was het moment waarop ik besloot dat ik genoeg had van al die pillen. Nu ben ik gewoon Wendel. Ik doe niet meer mijn best om te zijn zoals al die anderen. Ik moet accepteren dat ik zo ben als ik ben. Anders ben ik alleen maar tegen mezelf aan het vechten. Met de Pabo ben ik gestopt. Nu zit ik op de kunstacademie. Daar vond ik mijn draai meteen. Mijn ADHD werkt daar juist in mijn voordeel. Als ADHD-er ben ik extreem gevoelig voor prikkels, daardoor loop ik over van de ideeën. Overal put ik inspiratie uit. En als ik enthousiast ben, pik ik informatie ontzettend snel op.
Natuurlijk blijft het wel eens moeilijk. Als ik heel moe ben, worden alle prikkels me soms teveel. Ik kan mezelf dan niet meer uiten. Ik voel dan zo’n onmacht dat ik hysterisch ga huilen. Na afloop schaam ik me daar weer voor. Voor mijn vriend is het niet altijd makkelijk om een relatie met mij te hebben. Hij baalt echt als hij voor de zoveelste keer over schoenen struikelt die ik per ongeluk in de deuropening liet liggen, of als ik weer eens last heb van stemmingswisselingen. Als ik tijdens de seks niet actief genoeg bezig ben, dan belanden mijn gedachten ineens bij de boodschappen die ik die dag moet halen. En als hij uitslaapt maak ik hem om acht uur ’s ochtends wakker omdat ik mijn huissleutels nergens kan vinden.
Tegelijkertijd zeg ik door mijn ADHD heel direct wat ik vind en wat ik voel. Mijn vriend weet daardoor wat hij aan me heeft en dat hij me kan vertrouwen. Door mijn gekke invallen ben ik nooit saai. En ik kan dan wel heel boos worden door mijn stemmingswisselingen, die woede slaat ook zo weer om in een vrolijke bui. Hij hoeft nooit bang te zijn dat ik drie dagen blijf mokken.
Ondanks dat het me heel veel moeite kostte, heb ik onlangs een Persoonsgebonden Budget aangevraagd. Nu helpt iemand me om mijn huishouden te organiseren. Dankzij de diagnose vind ik steeds meer mijn draai. Ik ben niet meer continu in gevecht met mezelf. Ik heb het gevoel dat volwassenen me accepteren zoals ik ben. Het is niet erg meer dat ik zo nu en dan een beetje raar ben. Ik ben nu gewoon Wendel, met ADHD.”
Alle Dagen Heel Druk
Ongeveer drie procent van de volwassen heeft ADHD, oftewel Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Omdat de stoornis pas de laatste jaren echt onder de aandacht is gebracht, komt het op het moment veel voor dat volwassenen de diagnose ADHD te horen krijgen. Meestal kampen deze volwassenen al hun hele leven met verschillende klachten, maar hebben zij daarrvoor nooit een duidelijke oorzaak gevonden. Intelligente mensen met ADHD kunnen zich vaak goed handhaven in de maatschappij, maar zij lopen vaak met het gevoel dat zij veel meer in zich hebben dan ze aan de wereld laten zien. Dikwijls komen zij bij de dokter terecht vanwege woedeaanvallen, chaotisch gedrag, relatieproblemen, verslavingsproblemen, faalangst, depressiviteit of stemmingswisselingen. Aan de hand van een checklist en gesprekken met een psychiater kan uiteindelijk de diagnose ADHD worden gesteld. Naast ADHD kan er ook sprake zijn van ADD, dat is dezelfde aandachtsstoornis, maar dan zonder hyperactiviteit.