Klapzoenen en oplichters tussen de schedels
Het toegeschoven papiertje bij de grens blijkt een voorbode van de verschillen tussen Oeganda en buurland Rwanda. Op het Oegandese vel heb je welgeteld één centimeter om de datum van paspoort-verstrekking en de plaats neer te krabbelen en als je je geboortedatum wilt invullen is er voor het laatste cijfer geen hokje vrij. De Rwandese versie heeft vakjes van bijna een centimeter breed, voor het geval je onverhoopt iets verkeerds invult en de bovenrand showt de nationale kleuren van het land.Buiten de bus in hoofdstad Kigali wachten boda’s ons op. Al heten ze in Rwanda geen boda’s maar moto’s. De berijders dragen hesjes met nummers en verplichten hun passagiers tot het dragen van een helm. Airtime is overal verkrijgbaar, maar mag alleen verkocht worden door Rwandezen in airtimehesjes. Op de plaats waar enkele jaren gelden nog een grote lokale markt scheen te zijn staat nu een winkelcentrum waar je Bourbonkoffie (en caffé latte en moccacino) kunt drinken. Dat heet vooruitgang, maar op straat is het doods. Op moto’s crossten we de stadswijken door op zoek naar gezelligheid. De straten bleken overal verlaten.
Geen verkeersopstoppingen, geen straatverkopers en geen potholes in de wegen. Wel geulen waarin het regenwater wegspoelt en versierde rotondes waar de Oegandese chogm-versies niet aan kunnen tippen. Rwanda is overgeorganiseerd, maar het gevoel bekruipt mij dat dit strakke regime dient om het volk in de hand te houden. Tweemaal rijden we op de moto’s door een vechtpartij op plaatsen waar politie nog niet gearriveerd is. Instappen in de bus is één grote duw-en-trek-partij tot ordehandhavers de dringende meute hun plek wijzen. Gedwee doet de menigte weer wat hen gezegd wordt.
Enkele dagen in een land zijn niet genoeg om de kern van de samenleving te doorgronden, maar dat Rwanda nog altijd worstelt met gevolgen van de genocide zal voor iedere bezoeker duidelijk zijn. De omvang van de slachtingen dringt door bij een bezoek aan de kerk in Nyamata. Op 7 april 1994 vermoordden Hutu’s 10 000 Tutsi’s die zich in de katholieke kerk verscholen. De Tutsi’s blokkeerden de deur van de kerk maar milities braken binnen en slachtten hen met granaten, geweren en machetes. Op de wanden zie je nu nog bloedspatten van kinderen die tegen de muren gesmeten werden tot ze overleden. De Hutu’s plaatsten anderen in gaten in de grond om ze vervolgens te stenigen. In totaal kwamen er tijdens de genocide in Rwanda meer dan 800 000 mensen om, meer dan tien procent van de bevolking,
Een Rwandese leidt ons door de kerk van Nyamata, onderwijl wijzend op stukjes hersenen die aan een muur bleven kleven. Buiten de kerk neemt ze ons mee een graftombe in. Iedere kist bevat twintig lijken. In de volgende kelder slaat onze gids haar armen om ons heen, daarna drukt ze me stevig tegen haar boezem. We moeten samen op de foto waarna ze me me nog een keer een stevig tegen zich aandrukt en een aantal dikke klapzoenen geeft. Vervolgens glijdt haar blik naar de ruimte tegenover ons. Holle ogen van honderden schedels gapen ons aan. Eronder ligt de rest van de botten.
In het genocide memorial in Kigali blijkt dat Rwandezen westerlingen een hoop kwalijk nemen als het gaat om de genocide. Amerika greep niet in en is daarom medeschuldig aan alle slachtoffers. Aangezien Europa bondgenoot is van Amerika mogen alle mzungu’s best wat bijdragen aan de wederopbouw van Rwanda. Kindertjes op straat klampen ons aan dat ze honger hebben, in restaurants sjoemelen ze met rekeningen. Stond op de kaart dat een bord pasta ongeveer drie euro kost, op de rekening staat ineens vijf euro. Natuurlijk gebeurt dat “per ongeluk”, maar wel per ongeluk in alle restaurants waar we aten. Internet in het hotel was gratis, maar bij vertrek kregen we voor twee keer email checken een rekening van zeven euro. Het bureau voor toerisme verkocht een stadstour voor zaterdag, terwijl zaterdag de stad afgesloten bleek wegens communitywork - zoals iedere laatste zaterdag van de maand. De krantenjongen in officieel krantenverkoophesje verkocht ons de krant van een maand geleden.
Het kamermeisje in het hotel vertelt uitgebreid dat ze geen ouders meer heeft, mensen op straat steken misvormde ledematen onder onze neus voor ze om geld vragen en ook in de minibus naar Nyamata vertelt een medepassagier zijn ellendige verhaal: dertien jaar geleden werd hij wees. Nu heeft hij niemand meer op de hele wereld.
Jammer alleen dat hij later in het gesprek vertelt over zijn familieleden in Oeganda en het feit dat hij daar zelf tot tien jaar geleden ook leefde. Genocide is een prachtmanier om geld los te peuteren van westerlingen.
Het vermoorden van Tutsi’s door de Hutu’s mag dan inmiddels dertien jaar geleden zijn, in alle facetten van het dagelijks leven - van omgang met westerlingen tot het structureel handhaven van de orde - is het verleden aanwezig.
Rwanda voelde voor mij als een schijnwereld met overheerlijke koffie, mooie nieuwe wegen door een nog mooier landschap. Het meer van Kivu behoort tot de indrukwekkendste plekken die ik in Afrika mocht aanschouwen. Het verbaasde me dat ik opgelucht ademhaalde toen ik weer op een boda (zonder helm) door de smog en een verkeersophoping in Kampala heen probeerde te komen. Hopelijk kunnen andere bezoekers en de bevolking de geschiedenis ooit loslaten en meer van deze plek genieten.