Hoe je een tolk vindt… (en er ook weer vanaf komt)
Welkom. Goedemorgen en goedemiddag. Mijn Twi-oefeningen werpen in zoverre vruchten af dat ik al drie woordjes heb opgeslagen in mijn hersenpan. In een dorpje waar misschien één op de tien mensen Engels spreekt, blijkt mijn Twi-kennis onvoldoende. Wat dan? Met slechts vijf maanden onderzoekstijd en een ontbrekende talenknobbel lijkt een tolk mij de beste oplossing. Maar waar tover ik zo gauw een Ghanese vandaan die Engels spreekt en toch een dusdanig slechte baan dat ze liever met mij mee een dorpje induikt?
De oplossing dient zich op vrijdagavond vanzelf aan in de vorm van Rose.* Via via vernam ze dat ik iemand zoek die met mij wil samenwerken in haar moederdorp Toamfom en dus komt ze zichzelf aanbieden. Rose heeft mijn leeftijd en spreekt goed Engels. Van maandag tot zaterdag werkt ze bij een groot telefoonbedrijf maar dat vormt geen probleem. Zegt ze.
Maandagochtend gaat mijn telefoon. Rose. Kan ik haar op werk haar ophalen in plaats van meteen naar Toamfom afreizen? Dat lijkt mij een goed plan, vooral omdat ik haar dan onderweg naar het dorp instructies kan geven voor de interviews die ik wil doen. Eenmaal op haar werkplek blijkt dat Rose me om een heel andere reden naar de buitenwijk liet afreizen. Pas vijf minuten voor mijn komst heeft ze baas Boni meegedeeld dat ze vandaag vrij neemt. En woensdag. En vrijdag. Baas Boni is het daar niet mee eens, vooral niet omdat zijn werkneemster de week ervoor ook al drie dagen vrijaf nam. Rose vertelt me haar plan: ik moet doen of ik bij een NGO werk en zij doet of het haar droom is om zuster te worden. Ik werk bij een enorme organisatie en als de baas haar niet laat gaan ontneemt hij haar kansen voor de toekomst. En niet alleen háár, heel Ghana zal eronder leiden als Rose mij niet kan helpen met mijn belangrijke onderzoek!
Wat schuchter zit ik erbij terwijl Rose haar baas overtuigt van het belang van onze zaak. Het is duidelijk dat Boni het niet over zijn hart kan verkrijgen om het meisje niet te laten gaan. Maar ja, hij is de baas… en een baas moet zijn gezag laten gelden! Hij zet mij op een klapstoeltje en pakt een grote stapel papier. Als hij een kwartier later eindelijk een schaar heeft gevonden gaat hij achter zijn bureau zitten en begint hij de velletjes in nette stukjes te knippen. Rose zit met vier andere meisjes achter één computer. Een half uur en nul klanten later staat Boni eindelijk op. Hij neemt me apart in een soort bezemkast en deelt mee: “Dit is een heel groot probleem. Rose werkt hier en ik weet niet hoe ik het een dag zonder haar mag stellen. Toch begrijp ik dat dit ontzettend belangrijk is. Take her!” Met Rose wandel ik het kantoorgebouw uit.
Ondanks zo concreet mogelijke instructies, blijkt mijn tolk echter nog minder kaas te hebben gegeten van antropologisch onderzoek dan ik. Bij mijn tweede vraag aan mijn interviewkandidaat (de eerste was haar naam) vraagt ze: “Are you finished?” Om dat vervolgens te herhalen na iedere andere zin die ze vertaalt. Meerdere dorpelingen stuurt ze weg: “She is not my sister, we take another one” en als ik bij de derde interviewkandidaat opnieuw vraag waar het dorp de meeste behoefte aan heeft, slaakt ze een diepe zucht. “The other one answered that question already. Didn’t you understand?”
Ze haalt koude flesjes water, schotelt me fijngehakte kokosnoten voor en informeert om de vijf minuten of ik me oké voel. Het eerste uur belt ze vijf keer naar collega’s op kantoor of Boni haar niet stiekem ontslagen heeft. Het tweede uur pak ik met haar een trotro-busje terug naar Kumasi. Rose is lief en ze spreekt inderdaad uitstekend Engels, maar ze is beter op haar plek bij het telefoonbedrijf dan bij een journalist die doet of ze een antropoloog is.
*Rose heet in werkelijkheid anders.