Nachtbraken in het millenniumdorp
Chauffeur Francis is goed getraind: hij blikt of bloost niet als twee snotneuzen in korte broek en met enorme rugzakken op de achterbank van zijn four-wheeldrive ploffen. Hij hangt zijn stropdas recht, trapt het gaspedaal in en scheurt de poort van het Golden Tulip-hotel uit. “Francis, wil je niet weten waar je heen moet rijden?” vraag ik hem na een kwartier. De chauffeur schudt zijn hoofd: “Vorige week bracht ik jullie collega’s naar het millenniumdorp. Ik weet de weg.”
Twee uur later trek ik hem aan zijn mouw! “Hé! Je gaat de verkeerde kant op!” Francis keert de wagen slechts drie kilometer voor het VN-hoofdkantoor. We rijden terug naar de dichtstbijzijnde splitsing en rijden over de onverharde weg richting Bonsaaso. Ditmaal maant Arnold de man om te stoppen. “I have to go peepee”. Als Arnold uit de wagen stapt doet ook Francis zijn deur open. Ik luister naar Ghanese hits op de radio terwijl mijn medepassagiers in de berm pissen.
We rijden een dorpje binnen en kopen een fles water plus een voor onze chauffeur. Die bestelt meteen een extra groot pack creamcrackers erbij. Zijn stropdas gaat af en de radio gaat nog een standje harder. Nu wij de machtstouwtjes wat laten vieren neemt Francis het ervan.
De grijze wagen kleurt rood van het stof als we van projectkliniek naar projectschool naar projectplantage cruisen. Voorin geeft Faustina (22) haar baby de borst. Naast ons op de achterbank zit de 40-jarige Sara met twee van haar tien dochters. Het jongste meisje heeft gouden knopjes in haar oren en kijkt met argwanende blik naar Arnolds stoppelbaardje. “Wat is de grootste vooruitgang sinds de Verenigde Naties geld in jullie dorp pompen?” vraagt Francis de dames. “Het ziekenhuis!” roept Sara meteen. We dopen de stoel naast de chauffeur om tot bijrijdersbiechtstoel. Francis ondervraagt alle passagiers die stukjes meeliften.
Ondanks herhaaldelijke instructies mijn vragen letterlijk te vertalen en de antwoorden van de dorpelingen aan mij door te geven, denkt Francis dat hij net zo bekwaam is in interviewen als in autorijden. Als ik onze volgende bijrijder pols wat hij ervan vindt dat hij nu cacao moet verbouwen in plaats van maïs duurt het tien minuten tot ik een antwoord krijg:
“Deze man is getrouwd en heeft zes kinderen.”
“Maar Francis, wat vindt hij nou van de cacao?”
“Dat was een vraag waar hij geen goed antwoord op kon geven. Die vraag was ‘very difficult’ voor hem…”
We lunchen - Arnold tussen de schoolkinderen omdat de schoolkok erop staat dat de blanke bezoekers de vis proeven. Ik koop kenkey (maisdeeg) bij een inwoonster van het dorp en Francis koopt 3 porties kenkey, 2 vissen, shito (vissaus) en pepersaus. Van mijn geld. Na afloop zakt hij onderuit in zijn plastic stoeltje: “Zo, dat was mijn lievelingseten!” Met zijn servetje poetst hij zijn nette schoenen op. “Hoe laat mag ik weg?”
Nu onze chauffeur zijn lunch binnenheeft heeft hij genoeg van het kleine dorpje Bonsaaso. Het is er heet en er is niets spannends te beleven. Wij sturen de chauffeur naar huis.
Saai? Nu begint ons avontuur pas echt! Ik heb geslapen in Artis en in de Efteling. Vannacht slaap ik in het millenniumdorp. Zonder water, wc, elektriciteit of telefoon. Maar met mijn pen en kladblok in de aanslag….