De mannetjes van de radio; Obama, de horzel en het onderkruipsel
Wie wil weten wat er in Ghana gebeurt luistert naar de radio. De kranten? Die stellen niet veel voor aangezien procent van de bevolking analfabeet is en alleen kranten koopt om de billen mee af te vegen na de grote boodschap (favoriet is hier overigens de Haarlemse Courant…). De grootste krant is de Daily Graphic, eigendom van de staat. Vrijdag stond op de voorpagina dat Ghanezen vanaf heden met Vodafone kunnen bellen (de rest van de pagina was gevuld met een advertentie van Vodafone). Gisteren luidde het voorpaginanieuws: “Regering heel blij met nieuwe directiemedewerkers Daily Graphic!”
Maar de meeste radio-uitzendingen in Ghana zijn in het Twi en elk stadje heeft een eigen radiostation (of meerdere) waardoor er radio-reporters te over zijn in het land. In het voetbalstadion is een aparte tribune voor de horde journalisten die de wedstrijd verslaan per mobiele telefoon. En ook naar persconferenties komen de journalisten in grote hordes, al is dat voornamelijk omdat ze een envelopje geld toegestopt krijgen als ze hun gezicht laten zien.
Maar uitspraken in de radio-uitzending worden niet op papier vastgelegd, en dus is radio het medium bij uitstek om stiekeme politieke uitlatingen te doen. Omdat de reporters - ondanks hun uitzendingen in het Twi - veel beter Engels spreken dan de gemiddelde Ghanees en bovendien de telefoonnummers van half Ghana in hun mobieltje hebben staan, is er voor een Nederlandse journalist geen geslaagder hulpje dan het mannetje van de Ghanese radio.
Arnold en ik hebben er inmiddels drie: Obama, de horzel en het onderkruipsel. Geen sterreporters, want die kletsen de hele dag eigen programma’s vol waardoor ze te druk zijn om ons te helpen.
Het begon allemaal met het onderkruipsel. Arnold leerde hem kennen tijdens zijn eerste bezoek aan Ghana, toen hij nog bij een van de bekendere zenders kletste. Tegenwoordig is hij gedegradeerd en zendt een klein radiostation hem nu en dan naar de heropening van een golfterrein en seminar over viskwekerij. En dus wil het onderkruipsel nu een extra zakcentje verdienen. Als hij drie uur te laat aankomt wrijft hij over zijn buik en kreunt hij: “Honger!” Ondanks dat het drie uur ’s middags is zegt hij de hele dag niks gegeten te hebben. De banaan en pinda’s die wij hem aanbieden wijst hij af. Het pakje crackers eveneens. Vervolgens gaat hij op een stoeltje naast Arnold zitten mokken omdat hij toch echt verwacht had dat zijn blanke baas hem op een bak fufu met soep zou trakteren. “Welke interviews heb je georganiseerd vandaag?” vraagt Arnold hem. Het onderkruipsel houdt zijn telefoon op en zegt: “Geen beltegoed. Ik kon dus niks regelen. Eerst heb ik nieuw tegoed nodig.” Hij blijkt voor die dag geen gesprekspartners meer te kunnen regelen. “Mag ik dan nu mijn loon voor vandaag? En geld voor een taxi naar huis?”
De maat was vol toen het onderkruipsel wel een interview wist te organiseren, maar vervolgens zijn collega’s meenam en Arnold onderbrak om de clubbaas vragen te stellen als: “Vertel eens… U bent zo goed… Wat is uw geheim?” Zijn collega maakte op een kladblokje aantekeningen om door te bellen aar het radiostation. Toen Arnold hem vertelde dat hij daar “niet zo blij” mee was, nam hij twee weken lang zijn telefoon niet meer op maar stuurde hij wel herhaaldelijk tekstberichtjes: “My brother, I am so sorry. You are my friend and brother forever…”
De horzel heet Isaac en vanaf onze eerste ontmoeting in mijn onderzoeksdorpje Toamfom wilde ik hem meteen platmeppen. Hij zwermde om me heen en bestookte me met vragen: “Wat doe je hier? Ben je stiekem van een NGO? Wat kom je de dorpelingen brengen? Ik wil je telefoonnummer!”
Een week later liep ik hem samen met Arnold tegen het lijf bij een voetbalwedstrijd. Hij keek ons neerbuigend aan toen bleek dat wij niet alle spelers op het veld bij naam en rugnummer kenden. “Die heet Coffie. C-O-F-F-I-E. Schrijf op! En waarom heb je me niet gebeld?”
Isaac weet wat nieuws is in Ghana. Niet de voetbalwedstrijd van Kessben Fc tegen Asante Kotoko maar de twee blanken op de journalistentribune. Zodra hij verbonden is met zijn radiostation duwt hij de telefoon onder onze neus: “I am now standing next to Arnold and Sanne from the Netherlands… Guys, how do you see the match?” Vervolgens kletst hij alle 90 speelminuten door, rugnummers en namen afwisselend met zijn lievelingskreet “My oh my!”

Obama is de intelligentste van de drie radio-journalisten. Hij is “into politics” en de sterverslaggever van Jem FM in Kuntanase, waar ook Isaac werkt. Dat is niet de enige reden dat hij zichzelf naar de Amerikaanse president heeft vernoemd: hij lijkt als twee druppels water op de democraat.
Vijf minuten na onze kennismaking heeft hij me al verteld wat hij van de situatie in Palestina, de berechting van de Somalische piraat in Amerika en de aanslag op Tsvangirai vindt. Hij wil net verder gaan met een betoog over de situatie in Thailand als Isaac weer opduikt. Kenmerkend voor een horzel - die beesten zijn niet weg te krijgen. Tot overmaat van ramp blijkt deze horzel de kleinzoon van Toamfomse Chief Nana te zijn waar ik de hele week onderzoek doe. Hij zoemt elke dag om mijn hoofd.
Elke dag wen ik iets meer aan de horzel. Hij weet nu wie ik ben en de eindeloze stroom vragen droogt op. In plaats daarvan brengt hij stoelen, zodat de personen die ik wil interviewen ook kunnen zitten. En als mijn interview-kandidaten te ziek zijn om de ene voet voor de andere te zetten dan escorteert hij me naar hun huis. Om één uur vliegt de horzel er als een razende vandoor - zijn uurtje op de radiozender begint om half twee. Om vier uur is hij terug in Toamfom en checkt hij of ik er gedurende zijn afwezigheid geen potje van heb gemaakt. Hij vindt het interessant en dus hoeft hij geen Cedi’s, beltegoed of lunch.
Het duurde enkele weken voor het kwartje bij mij wilde vallen: een goede journalist is als een horzel. Hij blijft om een onderwerp heen zoemen tot hij zich erin vast kan bijten. Binnen een dag heeft Isaac de telefoonnummers van verschillende scheidsrechters, clubbazen en coaches gescoord. Afgelopen weekend had Arnold meer interviews dan de afgelopen twee weken. Voortaan noem ik de horzel geen horzel meer, maar journalist.