Black Stars - zo zie je ze niet, en ineens wel (Road to 2010)
Mali versus Ghana wordt in het laatstgenoemde land uitgezonden door MetroTv. Nana Kwaku Agyemang was coach in zowel Engeland als Ghana en presenteert nu voor deze zender. Hij smst dat het Alisa-hotel in Accra beste plek is om de Black Stars aan te moedigen.
Een week eerder was Nana boos op GTV “the station of the nation” omdat het de oefenwedstrijd tussen Ghana en Oeganda in Tamale had laten zien, 26 uur nadat MetroTv uitzond hoe de Stars de Oegandese Cranes met 2-1 versloegen. Het commentaar in de lokale taal was volgens Nana te afgrijselijk om aan te horen.
Wij zitten om 19 uur, de tijd dat de wedstrijd in Ghana begint, klaar in Alisa’s auditorium. Accra’s miljonairs laten grote schalen gekruide kebab aandragen en wij staren naar vier Ghanese commentatoren die over de Engelse league kletsen. De wedstrijd is inmiddels vijftien minuten aan de gang. Nog altijd kijken wij naar de zwammende presentatoren. Vijf minuten later verschijnt onderaan het scherm: ‘Wij wensen ons te verontschuldigen aan onze loyale kijkers - momenteel lukt het niet om verbinding temaken met de voetbalsatelliet in Mali.’ De volgende boodschap luidt: ‘Sorry voor de slechte beeldkwaliteit en de herhaaldelijke uitval van de connectie.’
Na vijftig minuten zien we de eerste spelers (met wat haperingen) over het veld rennen. En dan eindelijk een doelpunt: lang leve Kwadwo Asamoah! En dat exact op een moment dat de satelliet meewerkt, dus wij en alle Ghanese miljonairs springen een gat in de lucht. Na de 2-0 van Amoah is het feest compleet en blijken de problemen met de Malinese satelliet opgelost. De verslaggever huldigen we echter niet - het Twi-commentaar op GTV mocht dan beroerd zijn: de verslaggever van Metro blijkt ook geen getalenteerde kletskous. Hij zegt 4 minuten helemaal niets en roept dan ‘Het team van Mali weet niet zo goed waar het mee bezig is.’
Niet om een andere Road-schrijver voor het hoofd te stoten, maar de Ghanese Bobo’s voor ons vulden hem aan: ‘Die ene Malinees. Diarree ofzo.’ Bobo2: ‘Je bedoelt Diarra.’ ‘Ja,’ antwoordt nummer een. ‘Die speelt écht belabberd.’
Ghana wint 0-2. En wij zagen weinig van de wedstrijd - al kregen we na afloop wel een enorme drankrekening onder onze neus geschoven door Alisa’s barman. De helft hadden we niet gedronken. Gelukkig heeft dit verhaal een mooi einde: In Accra’s nieuwste warenhuis schaften we een kort jurkje aan (voor mij, niet voor collega Arnold) waarmee we de volgende ochtend het kantoor van GFA’s Isaac (die vrouwenverslinder van de windjes) binnenstapten. Hij verschafte ons accreditatie en reed zó het beveiligde terrein op waar het vliegtuig van de Black Stars net landde. De meeste spelers namen enthousiast onze felicitaties in ontvangst (en in een speciaal huisje die van de president van de GFA), daarna lieten ze zich braaf interview door de aangestormde verslaggevers. Behalve Essien, die deed of hij aan de telefoon was en sprong meteen bij een Arabier met hoofddoek in een enorme wagen. Coach Milo glimlachte schaapachtig en werd door iedereen genegeerd. Zoals presentator Nana verklaart: ‘Uiteindelijk is de enige geslaagde Milo dat Ghanese chocoladrankje.’
Nieuwbakken speler Samuel Inkoom had geen Arabische chauffeur of grote fourwheeldrive en reed dus met ons mee naar huis. We misten de Kebab, maar voetballers kijken op de militaire basis bleek veel spannender dan op een groot scherm Alisa’s vijfsterrenbioscoop.