Toamfom (Yes)
Niet alleen in mijn achtertuin staat een mangoboom. Voor het huis van Nana Asomadu Asare II, de Chief van mijn onderzoeksdorpje Toamfom, staat eveneens zo’n reusachtige fruitboom. Links van de boom staat Nana’s Mercedes. Met de witte rammelkast zonder snelheidsmeter en veiligheidsgordels rijdt de 72-jarige Chief drie keer per week van Kumasi naar zijn dorpje. De andere dagen blijft hij in de grote stad want in Toamfom is niks. Geen waterpomp. Geen winkel. Geen werk. Nana heeft 34 kinderen bij vijf vrouwen. De voornaamste functie van een Chief is zorgen voor het welzijn van zijn dorpelingen, maar omdat al Nana’s kinderen ook willen eten werkt het dorpshoofd noodgedwongen drie dagen in de week in Kumasi als kruidendokter.
De eerste dag van mijn onderzoek kom ik niet onder de mangoboom vandaan. Ik ben blank, onbekend, op bezoek en dus Nana’s gast. Hij plant me op een plastic stoeltje onder de boom en zet vervolgens een literfles Star-bier voor mijn neus. Een voor een waaien de elders (dorpsoudsten) van het dorp aan, gehuld in traditionele kente-doeken: “Akwaaba obruni!” Welkom, blanke! Bij elke nieuwe dorpsoudste moet ik ook alle andere oude mannen opnieuw de hand schudden. En elke nieuw gearriveerde dorpeling krijgt afzonderlijk mijn missie uitgelegd door Nana. “Sanne komt onderzoek doen naar de ontwikkeling van ons dorp. Ze brengt geen geld en dat mag je haar ook niet vragen!”
Terwijl Nana een nieuw biertje voor mijn neus zet, schuiven de elders hun stoelen dichterbij elkaar. Met wilde handgebaren bediscussiëren de mannen mijn komst naar hun dorp. Ook zij drinken bier. De kin van de oudste man zakt op zijn borst. Hij slaapt terwijl de andere dorpsoudsten nog een uur door vergaderen. Dan wendt Nana zich tot mij: “Oké, vanaf nu mag je altijd naar Toamfom komen, ook als ik er niet ben.” We vieren het heuglijke feit met een nieuwe ronde handenschudden en nieuwe flessen bier.
Na een maand onderzoek zijn de dorpelingen aan me gewend. “Hé, blanke. Ik ga naar de kerk!” roept een dorpsoudste me toe. Zijn traditionele gewaad ligt sinds mijn tweede onderzoeksweek thuis. Veel te heet! Hij loopt weer lekker in korte broek.
Twee weken later zijn de gewaden ineens weer aan. “Nkosoohemaa!” roept Nana naar me. “De elders hebben vergaderd. Niemand heeft zich ooit zo verdiept in de vooruitgang van ons dorp en in de Chief. Ook al heb je geen geld, wij hebben besloten dat jij de nieuwe Development Queenmother, onze Nkosoohemaa, van Toamfom wordt… Moeten we toestemming aan je man vragen?”
Voor onderzoeksinterviews is nu even geen tijd. De dorpelingen maken een hangmat, een kente-jurk en oefenen oorlogsliederen. Voor ik de kans krijg om het vliegtuig terug naar Nederland te pakken zullen ze me op hun schouders hijsen en me al zingend het dorp doordragen. Nana koopt een biertje voor alle elders en proost: “Op een nieuwe Nkosoohemaa. En hopelijk brengt God ons straks een waterpomp.”