Elke dag voetbal (Yes)
Wat is er erger dan een vriend die verzot is op voetbal? Een vriend die onderzoek doet naar het balspelletje! Wanneer om zeven uur de wekker rinkelt rijst bij Arnold de eerste voetbalvraag: Trek ik vandaag mijn shirt van Ivoorkust, Ghana of Nederland aan? Aan de ontbijttafel piekert hij hoe hij aan het telefoonnummer komt van de coach van het nationale team en of de scheidsrechter bij de kampioenswedstrijd wel of niet is omgekocht. Vervolgens haast hij zich de deur uit om voetballers, trainers, clubbazen en coaches te ondervragen om in de loop van de middag uitgeteld terug te keren met drie sportkranten onder zijn arm. Trots tovert hij een tasje met zijn nieuwste aanwinst tevoorschijn: “Kijk eens liefie! Om de woonkamer op te vrolijken: een vlag van voetbalclub Asante Kotoko!”
Ontsnappen aan Arnolds passie blijkt onmogelijk. Vorige week kwamen onze Ghanese overburen proberen of pasta met tomatensaus net zo lekker smaakt als fufu (cassave- of maïsdeeg) met soep. De Ghanezen hadden hun maaltje zo op maar op Arnolds bord lag een koud prakje spaghetti. Onze buren hingen aan zijn lippen zodra ze merkten dat hij dol is op hun favoriete sport.
Ik had het me moeten realiseren toen we kindertjes op straat zagen voetballen. Bij gebrek aan een bal shopten ze tegen een bolletje opgerolde sokken. Een ander spel dan voetbal wordt niet gespeeld.
Zelfs als ik Arnold probeer te verleiden tot een weekendje weg krijg ik de voetbalkous op de kop. Op zaterdag en zondag voetbalt Asante Kotoko. Arnold zit in het stadion op de VIP-tribune.
In een laatste wanhopige poging ontgrendel ik het verroeste slot van het rommelhok achterin de villa. In een hoekje, bedekt met spinnenwebben, vind ik wat ik zoek: een minitelevisie. Ik sleep het ding mee naar de woonkamer en zet hem aan. Maar één zender. Voetbal. Als ik met een boek naast mijn vent op de bank kruip rinkelt zijn telefoon. Het is Opeele, de lilliputtercoach van Asante Kotoko, het Ajax van Ghana. Hij wil Arnold ophalen met zijn grote witte wagen en samen Kumasi onveilig maken.
Vorige week sprak Arnold Opeele aan toen hij zijn team rondjes liet rennen op het trainingsveld. De coach sleepte hem eerst naar zijn minnares om fufu met soep en ei te eten. Daarna bleek Opeele’s plan dat Arnold de nacht zou doorbrengen met shirtjesverkoopster Rachel. “Nou, ga je mee vanavond?” tettert de coach door de telefoon. “Rachel wacht op je.”
“Kan niet. Wedstrijd op tv”, antwoordt Arnold. Goddank heb ik een vriend die onderzoek doet naar voetbal.