Ghanese schoonheid zit vanbuiten (Yes)
Om de schouders van de 25-jarige Nurudin hangt een uit de kluiten gewassen theedoek. Links van hem zoekt een geitje naar achtergebleven groenteschillen. Achter hem haalt de barbier een nieuw scheermes uit de verpakking. Met het puntje van zijn tong uit zijn mond snijdt de kapper het kroeshaar op het voorhoofd van mijn reisgenoot in de vorm van een halve maan. Hij kamt de rest van Nuru’s centimeterlange haar, gaat er daarna met een tondeuse overheen. Kamt het nog maar een keer en strijkt dan de overgebleven 3 millimeter pluis glad met een kledingborstel. “Prachtig!” Nuru drukt de kapper 1 Cedi (60 cent) in de hand en verbergt zijn nieuwe coupe onder een zwart petje. “Ik kan er weer mee door!”
Ik ben met autoreparateur Nuru op weg naar Tontokrom, 5 uur over een onverharde weg door het regenwoud. Hij gaat op bezoek bij zijn vader en ik wil een verhaal schrijven over het afgelegen dorpje. Onze paarse bus rijdt pas weg als alle zitplaatsen én het dak vol zijn. Nuru en ik waren om 7 uur ’s ochtends op de markt van Kejetja, waarvandaan alle bussen vertrekken. Om 11 uur zaten er pas zes mensen in de wagen. En om half twaalf besloot Nuru dat hij beter zijn kapsel kon laten verfraaien.
“Eitje met brood?” vraag ik als we weer in de bus zitten. “Ik lunch niet vandaag. Geen geld,” antwoordt Nuru. Er piekfijn uitzien is voor Ghanezen belangrijker dan gezond eten. In onze eindbestemming Tontokrom is één op de vijf kindjes ondervoed. Maar alle baby’s dragen wel glimmende gouden knopjes in hun oren. Mijn collega-journalist Emmanuel verdient een euro per dag en eet daarom alleen in de middag. Wel heeft hij acht overhemden en twee mobiele telefoons.
Al die Ghanese lookalikes van Westerse bankmedewerkers willen maar één ding: trouwen met mij en mee naar ‘my place’. Dat delen ze me mee voordat ze überhaupt hebben gevraagd waar ik vandaan kom. Op het moment dat ze door krijgen dat Arnold niet mijn vader maar mijn vriend is, vertellen ze dat elke andere blanke vrouw die ik voor ze kan regelen net zo fantastisch is. Natuurlijk heb ik netjes een paar blanke meiden gepolst. Maar die hadden al veertig Ghanese huwelijksaanzoeken gehad. “Nee, niet wéér een overhemd-man die in vijf minuten eindeloos veel van me beweert te houden” kermt een Engelse vrijwilligster.
Een rastaman in baggy broek kuiert voorbij. Hij verkoopt trommels en zijn eigen tekeningen. Nuru en Emmanuel lachen schamper om die rare langharige neger. “Da’s Outcast. Die luie rasta’s hangen de hele dag aan het strand.”
Hun gegrinnik verstomt als een blond meisje in afritsbroek haar armen om de nek van de Ghanese vrijbuiter slaat. “Dat is het enige minpunt van Europese vrouwen,” grimast Nuru. “Waar het mannen en kleren betreft hebben ze een walgelijke smaak!”
Gepubliceerd in Yes 32, 2009
Hahahahaha! Dachten die idioten echt dat Arnold je vader was!? Hoe oud dachten ze dat hij was en dat jij was!? Hihihihi!