Opdringerige Kralenverkopers (Yes)
Dit is mijn geluksweek: Opeele, de coach die Arnold aan alle beschikbare Ghanese vrouwen koppelt, is ontslagen en de voetbalcompetitie ligt twee weken stil. Dus pakken we de bus naar het strand bij hoofdstad Accra. Voor mijn raampje verschijnt een vrouw met een grote schaal eieren op haar hoofd. “Nkosua! Drie eitjes met pepersaus voor 50 cent.” Daarna volgt een kindje met zakjes water. Een vrouw met brood en een met koekjes. Sinaasappels, tandenborstels, zonnebrillen, gedroogde vis, Bijbelsamenvattingen, zakdoekjes en zaklampen, barbies en speelgoedautootjes; elke twintig seconden duikt een nieuw hoofd met koopwaar voor het raam op.
In hoofdstad Accra is de straatverkoop in handen van de mannen. Hier lopen de expats en de vrijwilligers rond, dus zijn de venters nóg gewiekster. Ze verkopen kralenkettingen voor hogere prijzen dan een Nederlandse juwelier ooit zou durven. “Black and white is like a piano!” is hun vaste kreet om mij over te halen toch een sieraad bij hen aan te schaffen. Drie mannen tegelijk pakkenmijn arm. Wanneer nog twee mannetjes mijn andere hand vastgrijpen ben ik er klaar mee. Mijn verkoper niet: “Ik probeer alleen maar aardig te doen! Wat heb jij tegen zwarte mensen?”
Die truc werkt. We vertellen we de jongens beleefd dat we San en Arnold heten en uit Holland komen, en ze taaien af. Voor welgeteld drie minuten. Als we ze opnieuw zien naderen springen we in de taxi naar La Beach, Accra’s strand. Maar de jongens zijn gehaaid: ze gooien twee handgeweven boekenleggers door het raampje. “Cadeautje!” Onze chauffeur staat halsstarrig stil tot we de verkopers een presentje teruggeven - in de vorm van Cedi’s uiteraard. Terwijl de taxibestuurder ons de driedubbele prijs vraagt voor het ritje naar het strand bekijken wij onze nieuwe aanwinsten. “Sanne en Annoyed” staat op onze aanwinst. Ja, annoyed zijn we inderdaad. Maar desondanks ginnegappen tegen onze chauffeur: “Vijf Cedi? Naar Nigeria, gekke vent!” Hij schiet in de lach halveert meteen zijn prijs.
La Beach blijkt prachtig. Ligstoelen, wit zand, hoge golven…Maar na vijf minuten rukt een twintigjarige Ghanees me abrupt uit mijn spannende boek. “Koop een ketting!” Als ik Nee schud leidt hij gezichtverlies bij zijn kralenverkopende collega’, dus houdt hij hardnekkig vol. ”Wil jij geen mooie vriendin?” vraagt hij Arnold. “Next time”, blijkt het juiste antwoord. Maar binnen een uur wandelt de verkoper nog vier maal langs, en boet ons ‘volgende keer’ aan geloofwaardigheid in…
Onze redding dient zich aan in de vorm van een vrouwtje met een blauw boodschappenmandje volgestouwd met potjes nagellak. Ze zeurt niet. Grijpt me niet vast. En jaagt alle andere verkopers weg, dus nodig ik haar uit op mijn strandstoel. Terwijl ze mijn tenen rood verft en er bloemetjes op tekent kan ik heerlijk relaxen. “Wat ben je nu prachtig!” complimenteert ze mij (of zichzelf?) na afloop. Als we nog eens naar het strand gaan laat ik mijn haren vlechten - dan zijn we zeker zes uur van alle kralenmannetjes verlost.
Hey Sanne,
Je zei dat er geen strand was, maar dat strand ziet er prachtig uit! Hoe vaak ben je daar geweest? Ik ben wel benieuwd naar die boekenleggers, laat je ze me een keer zien? hebben ze jullie namen ook geweven? Annoyed, hahahaha!
Groetjes, Wendy