Helpen of niet helpen? (Yes?)
Ik kom uit een links nest. Dat betekent dat ik tot mijn twaalfde in tweedehands kleren werd
gehesen en dat mijn ouders van het geld dat we daarmee uitspaarden een Foster Parents kindje ‘kochten’. Diego heette mijn leeftijdsgenootje uit Equador. Elke maand stuurde ik hem een tekening. Kon hij leuk in zijn hutje aan de muur hangen.
Dankzij Diego groeide ik op met het idee dat alle beetjes hulp die wij uit het westen naar
ontwikkelingslanden sturen goed is. Volgens mij was Arnold vroeger net zo’n idealist, want voor hij zich op het voetbal stortte werkte hij bij een van Nederlands grootste hulporganisaties.
Nu ben ik in Afrika en doe ik onderzoek naar Nederlanders en Ghanezen die de levensomstandigheden hier willen verbeteren. Yao en Marlieke bouwen een kasteel in Kokobeng waar vrijwilligers dagelijks peuters opvangen als hun moeders groenten verkopen op de markt. In de achtertuin werken twee jongens aan een speeltuintje inclusief doolhof. Als toren twee af is mogen daar thuisloze kinderen wonen. Het eten voor alle kasteelgasten komt van het omringende land.De inwoners van Kokobeng helpen in hun vrije uurtjes mee met bouwen. In ruil organiseren de vrijwilligers een voetbaltoernooi waarbij het beste team echte voetbalshirtjes wint.
Ook Georgina Kwakye (bekend van o.a. GTST en MTV) en haar vader Kofi helpen Ghanezen. In Biemso, het geboortedorp van Kofi openden ze een enorm ziekenhuis inclusief röntgenapparatuur. Kofi nodigde alle inwoners van het dorp uit om te solliciteren naar een baan in de kliniek. Bij de feestelijke opening was zelfs de Chief aanwezig met een dienaar om zijn parasol vast te houden.
Maar hier stoppen mijn succesverhalen. Ik zie vooral veel vrijwilligsters die zich in de lokale
cultuur verdiepen door hun dagen te slijten in het bed van een rastaman.
In Bonsaaso en de plaatsjes daaromheen startten de Verenigde Naties drie jaar geleden een enorm project. In één dorp bouwden ze een nieuwe school, muggennetten voor alle inwoners, een kliniek en twee waterpompen. Alle schoolgaande kinderen krijgen gratis lunch, alle boeren gratis mest en alle zieke dorpelingen gratis medicijnen. Volgens de website (millenniumvillages.org) zijn de ontwikkelingen verbluffend, maar wie het dorp wil bezoeken om dat te zien moet daarvoor officiële toestemming krijgen uit New York. Maandenlang bestookte ik het Amerikaanse hoofdkantoor met emails. Zonder resultaat. Dus huurden Arnold en ik een auto met chauffeur om ons naar het afgelegen Projectterrein te rijden - drie uur over een onverharde weg door het regenwoud. We zagen een nieuw kinderdagverblijf. Drie nieuwe ziekenhuizen en vier scholen. Maar ook: overal bordjes dat deze welvaart te danken is aan de VN. En Ghanezen die gauw hun kom fufu verstopten en met een zielige blik voor ons kwamen staan. “Wij zijn zo arm. Honger. Geef geld om eten te kopen, obruni!” We stuurden onze auto met chauffeur terug naar de stad en besloten in Bonsaaso te blijven. De broekzakken van de boeren bleken voldoende muntjes te bevatten om akpeteshie - zelfgestookte gin - te kopen in de lokale kroeg. Het leven is goed zolang de VN alles gratis geven. En Het Project blijft nog twee jaar in dit dorp, dus die tijd willen de boeren met volle teugen genieten.
Op papier gaat het geweldig in Bonsaaso: meer kinderen volgens lessen op school en minder van hen gaan vroegtijdig dood. Maar als dit project stopt zitten die kinderen opgescheept met luie vaders. Die leerden hun geld te verzuipen in plaats van te sparen voor de middelbareschoolopleiding van hun kroost.
Helaas helpt niet alle hulp. Maar de Ghanezen in Yao’s kasteel leven nog lang en gelukkig.
Kwam toevallig je artikel tegen. Heb een tijd in Kokobeng gewerkt. We zijn een jaar verder. Het kasteel staat nog steeds leeg…..