In het hol van de leeuw (IS)
• De Ontembare Leeuwen zijn Kameroens enige wereldsterren. Voor de zesde maal in de geschiedenis kwalificeerde het nationale voetbalelftal zich voor een WK.
• Op 24 juni zullen ze in Kaapstad de confrontatie aangaan met ‘onze jongens’ van Oranje. IS bezocht de thuisbasis van drie Kameroenese kernspelers.
Tekst en beeld: Sanne Terlingen
“MET EEN CHIC PAK NAAR DE KERK”
Wie: Eyong Tarkang Enoh (1986, Kumba)
Speelt bij: AFC Ajax (Amsterdam)
Bij Les Lions Indomptables: sinds juni 2009
Toen hij klein was, voetbalde de nieuwste aanwinst van Kameroens nationale team op straat zonder schoenen. Tegenwoordig woont hij met zijn jeugdliefde Delphine en hun twee kinderen in Amsterdam.
Enoh’s vader had een goede baan bij de overheid en daardoor kon hij, net als zijn vier zussen en jongere broertje, naar school. Na de lessen voetbalde hij. Terwijl zijn vader hoopte dat zijn zoon arts zou worden, droomde Enoh zelf over een carrière als profvoetballer. Hij greep zijn kans toen een scout van voetbalclub Mount Cameroon uit Buea hem benaderde. Kameroens enige anglofone voetbalschool beloofde hem 90 euro per maand. De vijftienjarige jongen trok in bij Batambuh, een oudere voetballer uit de stad.
“Zo doen we dat in Kameroen”, vertelt deze verdediger, terwijl hij in zijn trainingsbroek vanaf de tribune het Omnisportsstadion overziet. “Als je een junior in je team krijgt en je vindt hem aardig, dan help je hem.” En dus deelden de twee zes maanden een kamer en een bed. Batambuh: “Ik leerde Eyong dat hij geen vette eieren mocht eten. En dat ik naar de Presbyteriaanse kerk ga.” Een beetje teleurgesteld was Batambuh wel, toen bleek dat Enoh een wedergeboren christen is. “Maar verder nam hij zijn toekomst heel serieus. Zijn neus zat altijd in de bijbel of in studieboeken. Hij dronk geen bier, versierde geen vrouwen en kroop al om zeven uur in bed.”
Maar met een mentor alleen red je het niet, vertelt een dertigjarige voetballer die graag anoniem wil blijven: “Zonder manager zijn kansen uitgesloten. En een manager krijg je zelden als je vader niet rijk is. Je kunt zelf geld verdienen, maar tegen de tijd dat je voldoende hebt, ben je belegen en willen ze je in Europa niet meer.” Hij pakt zijn identiteitskaart erbij. “Zie je de geboortedatum? Eigenlijk ben ik drie jaar ouder. Dit heeft de voetbalbond geregeld. Al mijn originele papieren zijn verbrand, ook die in het geboorteregister van de staat.” Hij duwt het kaartje terug in zijn broekzak. “Ik moet wel. In Europa verdien je op één dag meer dan hier in een jaar. Voor zo’n salaris zijn wij bereid op het veld te sterven.”
Enoh is zich zeer bewust van de kansen die hij moet grijpen. Zelfs toen Ajax, waar hij sinds 2008 speelt, hem inroosterde voor een week vakantie verscheen hij op het oefenveld. Iedere kerst probeert Enoh terug te keren naar Buea. Dan trekt hij een chic pak aan en draagt hij Bijbelteksten voor in zijn kerk. Als hij met andere vakantievierende internationals tegen het team van Batambuh speelt, zit het stadion tot de nok vol. Enoh deelt voetbalshirtjes uit. Geen auto’s. Maar dat verwachten zijn vrienden nog niet, hij is pas net vertrokken!
“LIEVER PEPERSOEP DAN CARPACCIO”
Wie: Geremi Sorele Njitap Fotso (1978, Bafoussam)
Speelt bij: Newcastle (Engeland)
Bij Les Lions Indomptables: sinds 1996
De opa van Geremi was voetballer. De vader van Geremi, Samuel Fotso, ook. Poison arrow noemden de Kameroenezen hem, want hij kon loeihard schieten. Omdat hij zo succesvol was, mocht hij meerdere vrouwen trouwen. Hij koos er vijf en verwekte zeventien kinderen. Regina, handbalster, sieradenverkoopster en nummer twee in de reeks, is de moeder van Geremi.
Het was altijd druk in Samuels compound in het uitgaanscentrum van Bafoussam. Vaak ontsnapte Geremi naar vriendjes om voetbalwedstrijden op televisie te kijken. Daarna ging hij zelf spelen, bij Racing Bafoussam, het team waarvan zijn vader ooit de aanvoerder was. “Geremi kon zó hard rennen”, herinnert keeper Abdul zich. Hij tovert een foto tevoorschijn. “Hier sta ik naast Geremi”, verklaart hij trots. “Als we twaalf minuten rondjes om het veld moesten lopen, was hij in acht minuten klaar.”
Toen Geremi zeventien was, behaalde Racing de landstitel en werd hij ontdekt door een coach uit Paraguay. Zijn vader besteedde zijn spaargeld met liefde aan een ticket voor zijn zoon. Al na een paar maanden liet de middenvelder Zuid-Amerika achter zich. Hij vertrok naar Turkije en vervolgens naar Spanje en Engeland. Teamgenoot Abdul bleef in Bafoussam. Hij verkoopt tegenwoordig eieren. Hij wijst naar een man die op de tribune zit. “Dat is Halla. Die had meer talent dan Geremi, maar zijn vader is arm. Hij had geen geld voor een vliegticket. Halla is nu gymleraar.”
Ondanks zijn succes is Geremi volgens zijn vader heel gewoon gebleven. “Voor hem geen kreeft of carpaccio. Geremi houdt nog steeds van pepersoep.”
Als het nationale team in Kameroen speelt, komt hij altijd even thuis. Voor zichzelf bouwde Geremi een groot huis vlakbij Bafoussam. Zijn jongere broertjes Cyrille (16) en Jean Jaques (19) wonen met hun vader Samue
l op hun oude compound. Samuel houdt van deze plek. Van de ongeverfde muren, de witte gehaakte kleedjes en zijn zelfgekochte tv. Aan de voorkant van zijn huis bouwde hij een bar. Daar grilt hij vis en schenkt hij bier. Geremi’s broertjes mijmeren echter over een nieuw bestaan in Europa. Ze spelen allebei voor Racing en zijn nooit buiten Kameroen geweest. “We hebben geen geld om Geremi te bezoeken”, verklaart de jongste. De oudste friemelt aan het gouden kettinkje om zijn nek: “Ik ben echt een hele goede spits. Ik zoek een club.” Ook een ‘vriend’ doet zijn beklag: “Geremi is een vrek. In Afrika zorgt iedereen voor elkaar. Een rijke Afrikaan hoort spullen voor zijn familieleden te kopen. Zelfs als het verre verwanten zijn die hij nooit heeft gezien. Als je zo goed bij kas zit als hij, dan help je toch je hele maatschappij? Maar Geremi geeft niets!”
“HIER KAN JE ALLEEN MET GELD SMIJTEN”
Wie: Samuel Eto’O Fils (1981, Nkon)
Speelt bij: Inter Milan (Italië)
Bij Les Lions Indomptables: sinds 1996, tegenwoordig aanvoerder en topscorer
Zonder de zakenman Gilbert Kadji had Samuel Eto’o Fils zich nooit kunnen ontwikkelen tot de meest succesvolle voetballer van zijn land. Niemand weet wie zijn vader is. Zijn moeder zorgde in haar eentje voor de kleine Samuel en zijn broertjes. Dankzij financiële steun van zakenman Kadji haalde Eto’O de tweede klas van de middelbare school in Douala, de stad waar hij opgroeide. Ieder jaar selecteert Kadji tien tot twintig getalenteerde voetballertjes die een gratis voetbalopleiding aan zijn academie krijgen. Eto’O was tien toen Kadji hem zijn groene ijzeren poort doorliet. Hij zou er vijf jaar lang wonen. Toen werd hij gerekruteerd door Real Madrid. Hij nam het vliegtuig naar Spanje, maar zijn nieuwe club vergat hem op te halen van het vliegveld. Eto’O was wanhopig en klampte de eerste Afrikaan aan die hij zag. Die bracht hem naar Madrids voetbalvelden en alles kwam goed. Eto’O was de jongste speler op het wereldkampioenschap in 1998 en werd drie keer uitverkozen tot ‘Afrikaanse voetballer van het jaar’. Hij verdient 20.000 euro per dag, schijnt 400 mobieltjes te bezitten en zeventien auto’s, waaronder een speciaal voor hem ontworpen Ferrari.
Toch gaat Kameroen Eto’O nog steeds aan het hart. Hij eet graag wat zijn familie thuis eet: rijst en gebakken banaan met tomatensaus. Elke goal die hij maakt, draagt hij op aan het Afrikaanse volk. De spits betaalt het schoolgeld van vijftig studenten. Hij kocht ambulances, medicijnen en bedden voor kinderen in gevangenissen. Maar zijn paradepaardje was zijn eigen academie. Hij kocht een stuk grond van 7 hectare in Ebomé (vlakbij kustplaats Kribi) waar driehonderd jongeren les en training zouden krijgen op zijn kosten. Iedereen uit het dorp danste en zong toen de eerste steen werd gelegd. Zelfs de chief. Eto’O werd benoemd tot ereburger.
Wie de plek nu bezoekt, ziet enkel kniehoge grashalmen. “Er waren problemen”, vertelt een buurman. “Nadat Eto’O het land had betaald, besloot iemand dat het niet te koop was. Zijn geld was hij kwijt. Hij wil niets meer met de plaats te maken hebben.” Zo gaat dat hier, bevestigt een voormalig voetballer. “Het is corrupt. Je kunt alleen iets opstarten als de regeringsmensen er hun zakken mee kunnen vullen. Anders verzinnen ze zulke hoge belastingen of bijzondere regels dat je plannen in duigen vallen. Dat is het probleem van Kameroen. Eto’O heeft drie fabrieken in Ivoorkust (het geboorteland van zijn vrouw Georgette, red.). Daar handelt hij in cacao en bananen. In Kameroen heeft hij alleen een huis. Je kunt hier niet investeren, alleen met geld smijten.”
Facts
- Kameroens nationale voetbalteam kwalificeerde zich onlangs voor de zesde keer voor het wereldkampioenschap. In 1990 haalden Les Lions Indomptables als eerste Afrikaanse team de kwartfinale nadat Roger Milla tijdens de blessuretijd twee ballen in het doel van tegenstander Colombia schoot. Momenteel staat het team 11e op de FIFA-ranglijst. Op 24 juni zullen zij het in Kaapstad opnemen tegen het Nederlands elftal.
- Alle spelers die uitkomen voor de Ontembare Leeuwen staan onder contract bij een voetbalclub buiten Afrika. De meesten spelen in Engeland, Spanje, Frankrijk of Turkije. Paul Le Guen, een oud international van Frankrijk, fungeert als coach van het team.
- Het meest tragische moment voor de Leeuwen vond plaats in 2003. In de 72e minuut van de halve finale van de Confederations Cup stierf middenvelder Marc-Vivien Foé aan een hartaanval.
- Ongeveer 30 procent van de bevolking van Kameroen is werkloos. Daarom zoekt een op de zeventig Kamoeners zijn geluk in het buitenland. De helft van hen blijft op het Afrikaanse continent. Zij emigreren voornamelijk naar Tsjaad, Gabon, Nigeria en Congo. Buiten Afrika zijn Frankrijk, Duitsland, Italië, Engeland en de Verenigde Staten favoriet.
- Gemigreerde Kameroeners zenden minder geld naar hun land dan andere Afrikanen in de diaspora. In 2008 zonden zij $103 miljoen naar huis. Togo ontving $179 miljoen en Kaapverdië $137 miljoen, terwijl er minder migranten uit deze landen in het buitenland wonen en deze migranten bovendien lager zijn opgeleid. Onderzoek toont aan dat zakelijke investeringen in Kameroen gefrustreerd worden door corruptie van staatsmedewerkers. Teruggestuurd geld wordt daarom besteed aan huishoudelijke consumptie of menselijk kapitaal (medische kosten, educatie).