Kattenvrouwtje (Yes)
De beesten in Kameroen waren dol op me. In tegenstelling tot onze vrienden bleven ze mij opzoeken. Ook als ik mijn portemonnee in mijn zak hield.
Dankzij de wijn-uit-pak kreeg ik al na één glaasje een kater op bezoek. Buurhond leek blij dat ik niet schopte en vond het ook fijn als ik mijn vis niet opat. En de muggen waren zo gek op me, dat ze me vijftig keer prikten in één nacht. In mijn lip, op mijn ooglid. Van Arnold moesten ze niets hebben. Misschien omdat hij mij plaagde: “Met al die bulten en je dichte oog lijk je op Quasimodo!” De muggen troostten me met een echt Afrikaans afscheidscadeautje: malaria. We moesten een week eerder terugvliegen dan gepland.
Alsof ik nog niet genoeg was geprikt, wilde tropendokter in het Nederlandse ziekenhuisje acht buisjes van mijn bloed onderzoeken. Plus een emmer plas en een potje poep. De uitslag? Er woonden niet alleen malariaparasieten in mijn bloed, maar ook beestjes in mijn darmen. Ik kreeg honderd pillen en nou moet ik uitzieken in bed. Bij mijn ouders thuis. Gelukkig waakt mijn lievelingsbeest bij het voeteneind. Raaf heet hij, mijn zwarte Noorse boskat met héél veel haar. Tenminste… Zo was Raafs look voor ik vertrok.
“Mauw” zegt Raaf nu en hij geeft kopjes aan mijn tenen. Ik denk dat het zoiets betekent als: “Leuk hoor, dat je dierenvriendjes maakte in Afrika. Maar je liet mij, je eigen kater notabene, in de kou staan.” Omdat Raaf niet naar Kameroen kon bellen om zijn beklag te doen, beet hij zijn pluimstaart kaal. Dat er nog wat zwarte plukjes op zijn kop groeien komt doordat mijn moeder hem bijtijds meesjouwde naar de dierenarts. Diens oordeel? Mijn kale kat moest aan de geluksferomonen (zeg gerust katten-antidepressiva) en dat was mijn schuld! Ik knuffel Raaf en beloof hem dat ik nooit meer zo’n slechte kattenmoeder zal zijn. En dat zeg ik echt niet omdat zijn bezoekje aan de dierenarts honderd euro kostte.
Maar nu? Nu ben ik een paar weken verder. Mijn medicijnen zijn op en het avontuur lonkt. Ik haal mijn koffer uit de kelder. Broeken, shirtjes, pumps… alles wat ik vind, gooi ik erin.
Raaf doet nors. Als hij denkt dat ik niet op hem let, kijkt hij wat er in mijn koffer verdwijnt. Mijn boeken, laptop, tandborstel… Ik druk mijn neus tegen de tralies van zijn kattenmand. “Wat dacht je nou, Raaf? Dat ik een eenzaam kattenvrouwtje zou worden?” Raaf keert me zijn kont toe. “Ik mag dan zo diep gezonken zijn dat ik tegen mijn kat praat, maar dat wil niet zeggen dat ik de rest van mijn leven enkel discussies met jou ga voeren! Ik ben pas gelukkig als ik onbekende plekken verken en nieuwe ervaringen opdoe…”
Raaf miauwt boos als ik mijn spullen pak en de deur van mijn ouderlijk huis dichttrek. Ik vergeet zijn leed zodra ik mijn bestemming bereik. Raaf ook. Hij rent zijn kattenmand uit. Zijn sprieterige staart omhoog. Heel even snuffelt hij aan de vreemde meubels die net teveel naar Arnold ruiken. Dan rolt hij zich tevreden op in diens lievelingsstoel.
Intussen sta ik zenuwachtig naast mijn spullen. Reizen door donker Afrika? No problem. Maar redden Arnold en ik het samen in zijn studiootje in Amsterdam? Dat is pas een uitdaging!